Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men had even gezwegen, en Annie, den kring van Willy's familie rond ziende, ontmoette niets dan strakke blikken; Jo keek zoowaar zelfs vol afkeuring. Ach hemel, de scherpe inquisitie velt weêr vonnis over 't arme kokette nest; tant pis, m'en fiche. — Toe Jo, waar blijf je nu met je muziek; we krijgen toch een stukje, niet? En Gerard heeft zijn fluit ook in de gang staan heb ik gezien; Tc zal Martha bellen dat ze hem boven brengt...

De ontspanning was gekomen, als steeds, door Annie's ongedwongen houding, en 't scheen of men haar plagerijtje spoedig vergeten was.

Zij zaten in den salon, voor den haard, elk in een der gemakkehjke lage stoeltjes-met-geregen kussens, de stoeltjes waaruit je, zat je er eenmaal in, niet meer op kon komen, zooals een heele reeks van gasten zich reeds geroepen had gevoeld op te merken. Annie was 's middags even naar de Laan Copes gewipt, had, ondanks het slechte weêr, daar een vrij groot gezelschap aangetroffen, want het was moeders jour. Ook Fré van Hemert had zij er gevonden, om zijn spijt te betuigen over zijn noodzakelijk bedankje voor het diner van eergisteren; zij had vlak naast hem gezeten, en — naar aanleiding van een wederzijdsche kennis — een geanimeerd gesprek met hem gevoerd over vrouwen die zich negligeerden, over den plicht van iedere vrouw, van getrouwde vrouwen vooral, om zich zoo goed mogelijk voor te doen, als een plicht tegenover den man en de maatschappij. „Een slechte vrouw is voor mij een vrouw die zich slecht kleedt; dat is de grootste zonde; het uiterlijk en innerlijk zijn één; alles wat innerlijk is heeft een uiterlijken vorm en omgekeerd" ... had Fré gezegd, — en al was Annie dat niet geheel met hem eens, al voelde zij er moest in zijn betoog iets haperen — ook zij was van meening, dat een vrouw verplicht is zich steeds zoo goed mogelijk te kleeden en daarom had zij Willy aan tafel verrast met haar nieuwe toilet.

Nu, dat zij in den salon zaten, zij even was opgestaan om het water over te schenken uit den bouilloir in den zilveren trekpot, zag zij met voldoening Willy's oogen haar volgen, en zij kon niet nalaten om bij het langsgaan een vluchtigen blik te werpen in den spiegel. Achter de oudRozenburgsche candelabers en pendule, vóór de helle lichtklatering in het geslepen glas, waar de electrische kroon, hoog opgebeurd naar 't bruingrijs geschilderd, goud-gebiesd plafond, haar stralende lampjes als vurige bloemen in drijven

Sluiten