Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man blijven, een man wèl anders dan de groote hoop : minder oppervlakkig, met meer gevoel ook en geest, een man wel om vrouwen gelukkig te maken, maar per' slot van rekening toch vóór alle dingen de correcte maatschappij-mensch, die in zijn hefde niet anders wilde gaan dan de geijkte, officieele wegen.

Zij, Annie, ze wilde niets slechts, want ze wés niet slecht; maar ze héétte dat geijkte, dat officieele... waar het hefde gold. In andere dingen had men het noodig, kon het niet anders. Als je in de maatschappij wilde leven en vooral als je je bewegen wilde in de kringen van hun stand, dan zou het dwaas zijn de conventie te verachten, te zondigen tegen de regels door de etiquette gesteld. Maar liefde was zoo iets anders, zoo iets absoluuts; het was als een stormvlaag die je overweldigde, en 't was iets goddelijks je door zoo'n stormvlaag te laten neèrsmakken...

Opeens dacht zij aan een verzenboekje, dat ze een half jaar geleden bij een boekhandelaar had zien liggen; ze had er even in gebladerd, was door enkele regels getroffen en had het gekocht toen, geborgen in haar boodschaptaschje.

Thuis had ze Marie gevonden, op haar wachtend, en haastig het boekje in haar boekenkast gezet: verzen over liefde, dat was niets voor Marie. Daarna was zij 't bundeltje vergeten.

Nu, dezen avond, herinnerde zij zich opeens weêr iets van die regels, welke zij, staande voor de toonbank van den boekhandelaar, gelezen had, en waardoor zij getroffen was geworden; en het scheen haar, of dezelfde • sensatie die toen, vluchtig, haar beroerd had, nu opeens, en sterker, haar aanraakte, zóó als een geur van lang geleên plotseling, en op 't onverwachtst, in later dagen kan terugkeeren, oproepend, mèt zijn essence, tegelijkertijd het geheele milieu waarin die geur oudtijds genoten werd...

Even bleef Annie nog zitten op de canapé; het was zoo wonderlijk... Een vrouw, alleen, en veracht door alle fatsoenlijke menschen, omdat zij hef had en den hartstocht kende; omdat zij wilde uitleven haar mooie jonge leven aan de zij van hem wien zij toebehoorde... Als een geur was die sensatie om haar heen, en ze zag zich weêr staan in den boekverkooperswinkel met den ouden goudgebrilden heer, die een spoorboekje kocht, de dame die uitzocht een doos post... Ivory Post... juist: „Ivory Post" ...

Annie zag rond in de kamer, als zich verwonderend dat het geen boekverkooperswinkel was; stond daar de wieg waarin Carolientje lag adem te halen ? De friesche klok aan

Sluiten