Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den laatsten tijd was 2e erg met Ada geliëerd, een boezemvriendschap bepaald. Sedert zij Ada's broêr Fré had beloofd zijn zuster de gemankeerde vizite eens spoedig te komen terug brengen en ze door Ada toen bizonder hartelijk ontvangen was, ze honderd uit hadden gepraat en gelachen over hun bakvischjestijd, nog maar enkele jaren geleden, — sedert dat oogenblik waren ze de vriendschap bhjven onderhouden met drukke bezoekjes, van die knusse in- en uitloopjes, een samen shoppen en taartjes eten, elkaar raad geven bij de keuze van zomerkleêren, een toevertrouwen ook langzamerhand van intieme confidenties. Dat Annie getrouwd was en Ada nog een echt jong meisje, dat veel uitging, ondervonden geen van beiden als een belemmering. Annie voelde zich in haar hart nog geheel jongmeisje, veel meer dan een getrouwde vrouw, en Ada vond Carolientje snoezig. Soms namen zij expres hare wandeling door de Boschjes, om daar de nurse met het kindje te zien. Het was de ergernis van mama Ter Kraane en van de van Wehls, wist Annie wel, dat zij zelve zoo weinig met haar kindje gezien werd, — maar ze had er een hekel aan achter zoo'n kinderwagen te sjouwen; zou maar wachten tot Carolientje wat grooter was, dan zou zij haar béeldig aankleeden en zelve veel met haar dochtertje gaan wandelen. In afwachting daarvan fietste zij nu maar, en speelde tennis, voelde zij zich jong en genoot hare jeugd. Dat hield haar frisch en opgewekt voor de oogenblikken dat zij met Willy samen was: hij werkte zoo veel, haar man, en een jónge vrouw had hij noodig om zelf ook jong te kunnen blijven en zijn energie niet te verliezen. Na die bewuste scène was alles weêr in orde tusschen hen; zij genoten hunne avonden, hunne Zondagen ook, in een innig samenzijn, hetzij zij wandelden of samen lazen, of maar stil tegenover elkaar zaten en den tuin zich met schemer zagen vullen.

— Als je een man krijgt als ik, mag je heel tevreden zijn, had Annie eens tot Ada gezegd; doch die had maar gelachen; beweerd haar vrijheid nog veel te hef te hebben.

Hun club, die 's winters in een hockeyclub werd omgezet, had den naam heel kieskeurig te zijn in het aannemen van nieuwe leden. Het was een gedistingeerd gezelschap, niet te groot, zoodat men niet eindeloos op zijn beurt behoefde te wachten. Annie genoot van zulke tennismiddagen. Niet alleen dat zij een waren hartstocht was gaan opvatten voor het spel, waarin zij een bedrevenheid leerde ontwikkelen die schier alle

Sluiten