Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dien middag dat Annie voor 't eerst weêr naar de tennisbaan was gereden, had zij er Fré niet ontmoet. Het gaf haar een felle sensatie van smart en verwondering, die eigenlijk geen teleurstelling meer was, en haar hem, een oogenblik, nu bijna deed haten — hem voor wien zij zich toch op ging offeren, aan wien zij zich toch vergooien ging, prijsgevende man en kind. Door hare gedachte-zonde, dien morgen, had zij zich de zijne gemaakt, — waarom was hij er nu dan niet om haar als de zijne tot zich te nemen ? Hoe dat gaan, hoe dat wezen moest had zij zelve niet geweten; hoe zij ook maar één oogenblik alleen zou kunnen zijn met hem, daar op die baan te midden der anderen ~ zij had er zich geen rekenschap van gegeven. Hare zenuwen hadden' haar gezweept naar de plek waar zij meende hem te zullen vinden; geredeneerd, gedacht had zij niet; het was een instinctieve drang geweest, een drang van haar bloed en van hare zenuwen. Dat hij er niet was, verwarde haar een oogenblik, als een smart, een verbazing. Zij beheerschte zich echter, móest zich beheerschen tegenover de anderen. En zij was vroolijk geweest, had gelachen, had uitstekend gespeeld, en geflirt met zoo wat alle heeren. Was het haar wraak geweest tegenover Fré, of had zij het gedaan om te vergeten haar man en haar kind... heel haar leven en het geluk dat achter haar lag? Zij wist het zelve niet, zij vroeg het zich niet af ook; zij lachte en flirtte maar, omdat hare zenuwen, haar onrustig bloed haar zweepten tot een dronkenschap van dolle vroolijkheid, die uitgelatenheid werd en eerst straks — in haar boudoir — in tranen versmoorde. Daar. in de stilte van haar kamertje, had zij. geschreid — niet om wat er gebeurd was, niet omdat Fré haar dien middag had in de steek gelaten, en ook niet om haar man en haar kind. — maar omdat zij de ijzeren hardheid van die keten voelde, die zich schakelde, die zich geschakeld had van de oorzaak harer gedachte-zonde tot het gevolg van dezen middag, waarop zij hem, Fré, die haar man niet was, had willen ijlen in de armen, en die zich zou blijven schakelen van deze oorzaak, die al een daad was geweest en geen gedachte meer allèèn, tot de daden van mCj9ja Cn ovcrmoraen' waardoor zij als glijden zou opeen pad dat steeds verder afvoerde van geheel haar vorig leven, waarin zij toch gelukkig was geweest door de hefde voor haar man en voor haar kind.

In de kamer ernaast had zij Carolientje hooren schreien, door de juffrouw gesust. Eén oogenblik wilde zfl oosorincren.

Sluiten