Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oude oogen, Annie met een chemisetje voor Carolientje, en Willy met „De Heilige" van Fogazzaro — ginds onder een dichten bruinen beuk lag het kind te slapen in haar wit gelakte wagentje — toen wielen in het kiezel van den oprit knerpten en het rijtuig van Dennenhorst het gazon omboog.

Annie wierp haar chemisetje neêr. — Mevrouw Broeckaerts en Jet! Hoe dol! riep zij uitgelaten, als dronken van de lucht van De Groote Brink en verheugd door 't vooruitzicht Jet terug te zien, met wie zij sinds haar huwelijk vrij druk was blijven correspondeeren.

Het rijtuig, een open landauer, reed de veranda voorbij; Mevrouw Broeckaerts en hare dochter groetten.

— Hemel, hoe officieel! waarom houden ze hier niet stil; waarom, rijden ze door naar de voordeur? vroeg Annie.

Een oogenbhk later kondigde de knecht het bezoek aan.

— Wil de dames maar verzoeken hier buiten te komen, Andries... zeide mevrouw Hada, haar werkje ineenrollend. Willem legde zijn boek neêr; streek met de hand door zijn baard. Alleen Annie had haar chemisetje weêr opgenomen om zich een houding te geven. ■— Te pozeeren voor jong moedertje, dat staat wel, niet Ans? had Willem nog juist tijd te plagen.

— Ach flauwe jongen... daar doe ik het niet om... Mevrouw Broeckaerts trad binnen, naast Jet. Nog dezelfde

soliede manier van kleeden... critizeerde Annie, terwijl haar oogen naar Jet vlogen, aan Jet hangen bleven: die Jet 1 die er weêr zoo beelderig uitzag.

De Broeckaerts waren heel hartelijk; mevrouw omhelsde haar zoowaar voor deze gelegenheid even secuur als ze grootma gewoon was te doen; en Jet: Jet was en bleef de oude Jet; de oude maar niets óuder geworden, al was ze nu dertig. Jet wilde dadelijk naar Carolientje toe, kon geen oogenblik wachten. Mevrouw had grootmoeder en Willy dadelijk in een heel betoog gewikkeld, waaruit ze niet los konden komen: arme grootma, arme Wim; grootmoeder knikte maar zoetjes met haar pruimemondje en Willy trachtte af en toe een woordje te plaatsen. Bonjour ouwe jongen, maak jij je maar verdienstelijk; wij gaan er vandoor, Jet en ik... bèjour 1 bèjour! Van het pad af naar den bruinen beuk, waar Carolientje stond, maakte Annie plagend zoenhandjes naar Willy heen, die, onder de veranda gezeten, niet weg kon, ingewikkeld in het woordenkluwen van Jets mama.

Carolientje sliep, met rozige wangetjes, haar beentjes bloot-

Sluiten