Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vierkant als een witte vlek temidden van deuren en ramen:

JEANNE EVERDINGEN Dames-kleedermaakster

Schichtig keek ze om zich heen; liep toen het gangetje in. De deur van 't portaaltje naar Fré's kamers stond aan; zij duwde haar open en lag in zijn armen.

— Lieveling... ben je daar; heb ik je nu heusch, heusch heelemaal voor mij ?...

Zij zag naar hem op, lachte zenuwachtig; begon toen te snikken. Zij dajSht aan Willy en aan Carolientje: Willy die haar vertrouwde en dien zij toch óók hef had, al was het dan anders dan Fré.

Hij bracht haar in zijn zitkamer, drukte haar zachtjes neêr op den divan, sloeg zijn arm om haar schouders heen.

— Annie, kind... waarom huil je nu ? Wat is er, zejgfc; ben je bang? Er is heusch geen reden voor; alles is goed gesloten; we zijn hier veilig, we kunnen hier rustig genieten van onze hefde...

Heftig stiet ze zijn arm van zich af. — Gebruik dat woord toch niet: „hefde". Je hebt me niet hef, net zoo min als ik ... als ik jou hef heb ... dat weet je wel, en 't is gemeen van je dat woord te gebruiken. Ik heb mijn man lief en mijn kind... niet jou ...

Hij haalde de schouders op. — Waarom ben je dan hier gekomen ? vroeg hij geërgerd. — Als je man en je kind je dan bevredigen...

Zij antwoordde niet dadelijk. Door hare tranen heen zag zij de kamer, de meubels, de bloemen op de tafel, den schoorsteenmantel. En die bloemen, nu, in den winter, om haar, verteederden haar, stemden haar zachter. Zij bette zich met haar zakdoekje de oogen; zag hem aan. — Ik zeg niet... dat Willy en... en mijn kind... mij geheel bevredigen, zeide zij zacht. — Als dat zoo was, dan... dan zou ik niet...

Hij sloeg zijn arm om haar heen en drukte haar onstuimig tegen zich aan. — Dus je houdt tóch van me. Beken het maar eerlijk. Je kan niet buiten me, is het wel; je kan niet buiten me...

Hij kuste haar; zijn warme lippen raakten de hare en 't was weêr of een huivering door haar lichaam sloeg. Wild klemde zij zich aan hem vast, gaf hem zijn kussen terug. — Ja, ja, ja, ik hoü van je..'. hoor je het, hóór je het: ik hoü dol, ik hoü razend van je... ik ben gek, ik ben gek, ik ben gèk ...

Zij wrong zich op zijn schoot, klemde haar armen vaster. In haar oogen schitterde een vreemde gloed.

Sluiten