Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het zien van mevrouw van Hemert en Ada, in de verte, had even de gedachte in haar opgewekt aan Fré; zou hij niet komen ? Zij hoopte van niet; diep-in haar was een vaag verlangen naar het einde van haar liaison. Voor dat van vanmiddag was zij bang; ti vreesde een herhaling, en dan... o, waarom ging het opeens haar bezwaren, nu, dat zij keek naar Willy, die naast haar zat in zijn gekleedejas, spelend met zijn programma. Het was slécht van haar hem te bedriegen, en nog slechter dat zij het zoo kalm kon doen, zoo zonder wroeging. Vóór ze hier heen waren gegaan, vanavond, had zij boven, op de kinderkamer, gestaan voor 't bedje van haar dochtertje. En toen had ze datzelfde gevoeld, als een zwaarte in haar neêrgezonken: die schaamte om wat zij misdeed aan Willy en aan haar kind. Zou dat van vanmiddag als een waarschuwing geweest zijn om niet voort te gaan, om afstand te doen van hare slechte neigingen ?r. ~ Vóór haar nam een oude dame plaats; zij leek net op grootmoeder. Grootmoeder en De Groote Brink... hun logeerpartij... Carolientje in het witte wagentje onder de boomen... wat leek dat alles al weêr lang geleden... als ver, vér af... .1,1.1 Een heimwee overviel haar, opeens, in deze lichte zaal temidden van al deze menschen, naar de rust, de stilte van De Brink... naar de reinheid vooral van De Brink. O, als ze met Willy maar buiten kon wonen, weg van deze stad. die verlangens in haar wekte waarvoor zij bang was... Zij hield nog van Willy, zij hield van hem met een rustige, sterke liefde, die meer, die beter was dan haar hartstocht voor Fré. O, nu met hem weg te kunnen gaan uit deze zaal, weg van deze menschen; er was zoo veel onnatuur en onwaarheid, zoo veel valschheid en leugen onder de schittering van hun beschaving; ze voelde er zich eensklaps beu van, bèu... O, nu met Willy eenzaam te loopen in t donkere buiten, in de reine lucht onder de hooge boomen van het Voorhout, als het eerste het beste gelukkige menschenpaar van de straat.

En terwijl zij half luisterde naar de muziek van het Boheemsch Strijkkwartet... bleef die gedachte van zij samen met Willy en haar kind ergens buiten, ver van de menschen en ver van dê stad, ver van al wat haar hier trok en bond en toch niet bevredigde, als een lichte bloemengeur In haar hoofd hangen.

Was het niet, of de schoone slaapster, diep in hare ziel, de gesloten oogen langzaam opsloeg 1...

Sluiten