Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En overal planten en spiegels. Aan hare diners zou ze nooit dan een uitgelezen gezelschap vereenigen: menschen van geest en van stand. De dames zouden gedécolleteerd moeten zijn en de heeren in rok. Vooral veel geestige vrouwen zou ze aan haar disch verzamelen en zij zou zelve heel geestig moeten wezen en heel mooi. Het zou een vast gezelschap moeten worden, wel uitgebreid, maar toch een club, een kring, een keur, ontoegankelijk voor ieder die er buiten stond.

Na het diner bezocht ze met Fré de schouwburgen en concerten; als zij binnen kwam fluisterden de menschen over haar toilet. Zij ontmoetten de heeren van hare diners, met hunne dames; zij bogen hoffelijk in hunne loges elkaar toe, geheel in den vorm. En alleen in den blik van hun oogen zou zijn de geheime vrijmetselarij van hunne verstandhouding, hun kring, hun club, waarvan de buitenwereld niet wiffc^ Soupeeren deed ze daarna met Fré alleen, of met twee óf vier anderen, in de intimiteit van een afgeschoten hoekje in een der groote, hei-verlichte restaurants. Er moest dan champagne zijn en een vroolijker. luchtiger toon dan op de diners waar de gesprekken moesten blijven binnen de officieele vormelijkheid.

Daarna eischte zij Fré voor zich alleen. O. het genot van samen naar huis te wandelen, na zulke soupers. Boven de stad met haar duizende schijnsels, de electrisch verlichte pleinen en boulevards, de duistere sloppen en stegen met wat armoedige lantarens, spande het wijde donker van den nachthemel; schitterden sterren. Dan, thuis, zich verkleeden; uitdoen de toiletten van diner, van theater; zich kleeden heel eenvoudig, om geen aandacht te trekken. Dan weer de stad in, met Fré. Het zou nacht zijn en minder licht op de straten, maar in de nachtcafés nog vol leven en beweeg. Ze zou met Fré gaan door de besneeuwde straten, veiliggewikkeld in haar bontmantel. En dan... zou ze hem zeggen haar alles, alles te laten zien, ook die plaatsen waar gewoonlijk geen dames kwamen. Ze had eens een affiche gezien van Loië Fuller in de Folies Bergère: een vrouw als een vurige bloem in den kelk van doorzichtig opwaaiende sluiers, het lachende hoofd met wild zwierende haren, het slank lijnend lichaam ook, met de dol zich biedende borsten, geworpen naar achteren in den weem'lend-wellustigen dans ... Ze zou het leven willen leeren kennen in al zijn schakeeringen: de plaatsen waar zich de rijken vermaakten.de cabarets en de speelholen,, j en dan — één enkele maal van haar leven — de krotten;

der armen, der déclassés, de sloppen waarin zien ae woeste

Sluiten