Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dialoog: — 'k Zal er neef Willy wel eens over spreken.

— O, dol, dol 1 klapte Mimi in de handen.

Geert had haar ouder zusje met den elleboog aangestooten. — Zeg, wat stel jij je aan, kind I minachtte ze.

H O, er is iets dols, dóls, maar daar heb jij niet meê te maken I plaagde Mimi.

Geert haalde de schouders op. — Ik vind, jij doet bespottelijk familiaar met nicht Annie, haar zoo maar bij den naam te noemen. En dan te denken dat ze jou zal te logeeren vragen; 't is om te stikken gewoon.

—■ Waarom? Nicht Ans en ik schelen niet eens zoo veel in leeftijd: ik ben al zestien, en zij... ze zal niet ouder dan twintig zijn.

Geert schaterde luidruchtig.

— Ach kind, je bent mal I Ze is minstens wel twee en twintig; ik zal het nicht Jo vragen ...

En weg was ze gesneld naar Jo, terwijl Mimi weêr Anniè opzocht.

— Maak je 't nicht Annie niet lastig. Mimi, riep Jo van uit den anderen hoek der kamer, waar Geert met haar fluisterde.

Annie had innig genoten van die repetities; het was snoezig zooals de kleintjes — Treesje en Willemientje en Sam, kinderen van een neef van mama Ter Kraane, uit Delft —i hun versjes gezongen hadden met de ijl-dunne stemmetjes, en gemaakt hunne bevallige gebaartjes en waren rond gestapt als deftige kabouters over het tooneel. Het was in de kamers van Jo, op die middagen, een gepas geweest en geknip en geplak, en daar tusschen door het beweeg van al die kleintjes : de blonde meisjes met hun lange krullen en de vroolijke jongens die robbedoesden. Een paar maal waren de neef uit Delft en de halfbroer uit Leiden meêgekomen: de laatste een gezellige dikkerd zoo rond als een tonnetje en vol grappen. Ook Willy en Gerard waren er toen bij geweest en ze hadden gelachen, gelachen —• Annie waren de tranen langs de wangen gerold. 'tWas zoo jong, zoo heerlijk-frisch-jong en eenvoudig geweest alles; er was niet geflirt en er waren geen' scènes voorgekomen; 't was de eenvoudige, onschuldige pret van onbedorven menschen die elkaar hef hadden, als gebonden door een band van bloedverwantschap.

Aan het diner — de kinderen met een paar juffrouwen hadden een aparte tafel in de zijkamer — zat zij naast Gerard en tegenover papa. Ze waren beiden heel aardig voor haar geweest; papa had op haar getoast, heel hef, met

Sluiten