Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blauwe ... aaai... tsss ... zie maar, hij houdt 'et... hij houdt 'et.

— Duke of Leycester I Duke of Leycester! schetterde het weêr obstinaat.

Annie sloot de oogen; het gewemel der menschen om haar heen, het bewegen van hoofden, van lijven, het gezwaai met zakdoeken en de opgewonden, klaterende stemmen maakten haar ziek; ze had even een gevoel of ze flauw zou vallen. Dan opende zij de oogen weêr, en het lichte perspectief van de baan, de groene grasvlakte met het vlaggetjes-gewapper drong op haar in, schei-bont in veel zon. Een gejuich ging op om haar heen en van het middenterrein; de muziek tetterde, verwaaiend in de wijde ruimte.

De eindstreep was bereikt, maar zij wist niet wie gewonnen had, hoorde veel namen noemen door elkaar van paarden I en rijders. In de pauze, nu, tusschen twee nummers, rezen " menschen op van hun zitplaatsen, zochten den totalisator of' het buffet; ook moeder miste Annie eensklaps naast zich. Zij luisterde verstrooid naar wat twee dames vóór haar samen spraken... over een bazaar in den Dierentuin...; wat 'n Hagenaars zijn er, dacht zij, en hare gedachten wijlden even bij Carolientje en de nurse op de kinderkamer in de Nassau Odijkstraat. Toen weêr bij Frê en hun verhouding van die laatste weken, hun jammerlijk verhavende hefde. O, het was voor een goed deel haat schuld; sedert Rob, niets kwaads vermoedend, met dat jongens-cynisme dat zij héétte nu, verteld had dat van papa... sedert was zij Frê met andere oogen gaan zien; was er iets in haar verkild; kon zij soms van hem walgen. En toen was de vervreemding gekomen; had hij telkens zich verontschuldigd wegens dienstzaken en andere dingen. En toen... toen zij voelde dat ze hem verloor, was het wrange verdriet in haar gaan pijnen: de jaloezie, en tegelijk verlangen dat het alles uit mocht zijn, voorgoed uit nu, vergeten, begraven...

— Ah, mevrouwtje, zoo alleen ? ... ik zag mevrouw uw moeder daar juist bij den totalisator met meneer van Hemert en meneer Feltz... Mag ik u zoo lang gezelschap houden? ...

De jonge Verstraeten boog voor haar, zijn stroohoed in de hand, zijn mond met de glad geschoren kaken gesperd tot den beminnehjken grijns van den society-mensch, welken Annie dadelijk doorzag maar toch lief-lachend beantwoordde. Zij kende Rudolf Verstraeten van de tennisclub, had een paar malen naast hem gezeten op dinertjes bij wederzijdsche kennissen, waar ze veel gepraat hadden over reizen en sport, beide dingen die zijn leven vrijwel vulden. Met zijn glad

Sluiten