Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Waarom ben je hier over gereden Dirk... ik vind dat heel... heel...

De koetsier keek even om, verbaasd.

— Maar juffrouw; we rijden toch altijd over den Brink ... Jet zei niets meer, zonk terug in de kussens; en het logéetje,

nieuwsgierig-beangst, bleef haar met steelsche blikken van ter zijde aanzien.

Zij bogen het gazon om; het kiezel knerpte. Zij waren nu vlak bij de wandelende oude dames, die stil bleven staan en naar het rijtuig keken.

Het logéetje groette; stootte Jet aan, die niet scheen te zien. En ook Jet groette, haastig nog, in het voorbijgaan.

Toen begon Jet eensklaps luid op te snikken — onverschillig voor den koetsier, den palfrenier; zij snikte of ze nooit meer bedaren zou.

— Jetje... Jet... trachtte het logéetje te troosten, wenschend dat ze in Den Haag zat.

Dan stamelde Jet, haar rood vlekkerig gezichtje even oplichtend:

— O Kitty... Kitty... 't is zoo vreeslijk ... zoo vreeslijk Kitty... dat was ... de oude mevrouw... en die weet... die weet nog van niets...

Baarn, 1908/1911.

Sluiten