Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar hen te kijken; de bedeesden moedigden zij aan, en die den baas wilden spelen en begonnen te stooten, straften ze of duwden ze op zij. Toen moesten ze spelenderwijs in groepjes leeren draven en over omgevallen boomen springen — een noodzakelijke, maar toch een heel moeilijke les voor een rendier, dat nu weliswaar in de uitgestrekte bosschen woont, maar dat in vroeger eeuwen op de open Noordelijke vlakten leefde, waar zijn spieren zoo'n verandering hebben ondergaan, dat springen iets onnatuurlijks voor hem is geworden, zoodat hij het met veel geduld en moeite moet leeren.

Een andermaal vindt ge een hertje in 't bosch verstopt — zooals het in het volgende hoofdstuk beschreven is — en ge staat er versteld van, dat het niet wegspringt, maar zonder de minste vrees op u afkomt, uw handen likt, u achterna loopt en verlangend, droevig blaat, wanneer ge weer gaat. Ge moet misschien nog leeren, dat vrees geen instinct is; dat de meeste dieren, als ge ze maar zoo vroeg vindt, dat ze nog niets geleerd hebben, geen angst laten blijken, wanneer er iemand vriendelijk op ze toekomt, maar een levendige nieuwsgierigheid aan den dag leggen. Dwaalt ge een week of wat later door het bosch, dan hoort ge plotseling een noodsignaal en ziet ge datzelfde hertje wegstuiven, alsof 't om zijn leven

Sluiten