Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn. Het dier maakt eenvoudig van zijn ongewone gaven gebruik, met de blijdschap en het vertrouwen, die mensch en dier altijd kenmerken, als ze hun buitengewone gaven gebruiken. De arend, die daar hoog boven zijn steilen bergtop op zijn prooi loert, geniet niet meer — neen, eer minder — van zijn gezichtsvermogen, dan de hinde van het hare, als ze merkt hoe hij plotseling schuin naar beneden schiet, zoodat zij er alles van begrijpt, en haar jongen ergens verstopt, waar ze doodstil moeten blijven liggen. Zijzelf draaft dan maar zoo in 't volle gezicht weg, om de aandacht van den roover van haar kindertjes af te leiden, en op 't laatste oogenblik springt zij de ruigte in, waar de breede arendswieken niet kunnen volgen. Ze is ook volstrekt niet overstuur, maar als 't gevaar geweken is en zij terug komt huppelen, is zij zoo blij als een sijsje en juicht ze als een koningsvogel.

Het is gewoonlijk ook niet vreeselijk om te vluchten, maar het geeft een heerlijk gevoel van macht en zegepraal. Let maar eens op dat hert, hoe prachtig het daar — als een valk zoo licht en vlug ■— voortsnelt over een terrein, waar elk ander dier met zijn pooten zou verward raken en aarzelend gaan. Kijk eens naar dien patrijs, als hij met zoo n zuiver berekenden boog in de altijd groene moerasplanten neerduikt bm een schuilplaats te zoeken, 't Is,

Sluiten