Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over een woest terrein, waar de laatste storm links en rechts de boomen geveld heeft, zoodat ge er u bij dag nauwelijks een weg door kunt banen, dien wordt het plotseling duidelijk, dat het wonderbaarlijkste van een hertenopvoeding niet uit een scherp gezicht, of trompetooren, of uit zijn fijne, geschoolde reukorganen (honderdmaal gevoeliger dan elke barometer) blijkt, maar hieruit dat het niet voortdurend aan zijn pootjes denkt, 't Is haast, alsof ze oogen en zenuwen en verstand in hun harde hoeven hebben, in plaats van de gevoellooze stof, die er te zien is. Let er eens op hoe die hinde wegspringt, en door 't kwispelen van haar staart haar zorgelooze jong beduidt dat het volgen moet. Zij denkt slechts aan hem, en ge kunt zien hoe haar pootjes voor zichzelf mogen zorgen. Als ze boven den zwaren boomstam zweeft, hangen ze zoo slap als een handschoen, waar de hand uit getrokken is, in 't enkelgewricht en wachten en loeren. Daar raakt een van de hoeven een takje aan: bliksemsnel splijt hij en komt neer; slechts een ondenkbaar klein oogenblik heeft hij langs dat ding daar, dat hem in den weg kwam, getast, om te weten of hij weer moet hangen of zich schrap zetten, weer de hoogte in, of nog lager om goed terecht te komen. Let eens op die wonderlijke hoeven der achterpooten, net voor ze grond raken, hoe

Sluiten