Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar die man daar bewoog zich nog steeds niet, zoodat het hertje bang werd voor zijn eigen durf en er van doorging, het pad af. Heel in de verte op den heuvel aan den overkant hoorde ik de moeder om hem roepen, maar hij stoorde er zich niet aan, hij wilde er 't zijne van nebben. Daar stond hij mij al weer aan te kijken op het pad. Ik haalde mijn zakdoek te voorschijn en wuifde er zachtjes mee; dat wonder deed hem weer verder trippelen, maar dadelijk daarop stond hij weer stil en keek en stampte met zijn pootje, om mij te toonen dat hij niet bang was. „Kleine, dappere baas, jou mag ik zien," dacht ik bij mezelf, en mijn hart ging uit naar hem, zooals hij daar met zijn pootje stond te stampen, zooals hij daar stond met zijn zachte oogen en zijn mooie snuitje. „Maar," dacht ik verder, „wat zou er nu al lang met je gebeurd zijn, als er eens een beer of een lynx over den heuvelrug was komen kijken? De volgende maand zal de jacht helaas open zijn; dan kpmen er hier jagers in de bosschen, die soms mèt vrouw en kinderen ook hun hart hebben achtergelaten. Geloof me maar, kleine baas, die kun je niet vertrouwen. Je moeder heeft gelijk: die kun je niet vertrouwen." De nacht daalde snel. 't Geroep der moeder galmde hoe langer hoe angstiger, hoe langer hoe dringender langs de helling, waar de duisternis toenam.

Sluiten