Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met plotselinge gewetensknaging en schrik dacht ik: „misschien heb ik je wel op den verkeerden weg gebracht, kleine baas, toen ik je dien dag zout heb leeren proeven en je op iets leeren vertrouwen, dat je in de wildernis tegenkwam." Zoo gaat het gewoonlijk, wanneer wij ons bemoeien met moeder Natuur, die er haar gegronde redenen wel voor heeft, om de dingen te doen, zooals zij ze doet. „Neen, toch niet; je was dien dag met je beiden onder dien ouden boomstam, en het andere — dat is ginds bij je moeder op 't oogenblik, waar jij ook hoorde te wezen, — dat begrijpt, dat oude wetten veiliger zijn dan nieuwe bedenksels, vooral als die opkomen in het kopje van zoo'n jongen kijk-in-de-wereld. Je hebt het glad bij 't verkeerde eind, kleine baas, al lijkt je nieuwsgierigheid nog zoo aardig, en al heb je mijn hart gestolen door 't gestamp met je pootje. Misschien is het alles bij elkaar genomen toch mijn schuld nog; in elk geval zal ik het je nu wel anders leeren." Met die gedachte raapte ik een grooten steen op en gooide dien, krakend en hobbelend, met geweld den heuvel af naar hem toe. OogenbÜkkelijk was 't met zijn heldenmoed gedaan; öp ging zijn staartje en weg stoof het over de boomstronken en de rotsblokken op de helling. Daar hoorde ik weldra zijn moeder in een wijden kring draven, tot zij hem, dank zij de boschtelegraaf en den wind, die

Sluiten