Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het kreupelhout slingerde en in 't voorbijgaan achter de takken bleef haken, totdat het geluid in de verte met zwak geritsel wegstierf en de bosschen weer stil waren. Den geheelen nacht hoorde ik van mijn tent uit, die op een anderen oever aan een zijtak van 't groote meer was opgeslagen, de moeder bij tusschenpoozen roepen. Zij scheen langs den heuvelrug heen en weer te loopen, boven de plaats, waar het treurspel zich had afgespeeld. Met haar neus speurde zij den beer en den mensch, maar wat voor vreeselijks ze met haar kleintje gedaan hadden wist zij niet. Er klonk een angstig vragen uit het geroep, dat langs de helling, het water over, naar mijn tent werd voortgedragen. Bij het aanbreken van den dag ging ik naar de plek terug, 't Kostte mij niet veel moeite te vinden waar het hertje gevallen was; het mos getuigde zwijgend van zijn strijd en een paar bloedvlekken toonden aan waar Mooween hem beetgegrepen had. Verder was het spoor duidelijk te volgen: platgetreden mos en gebogen grashalmen, bebloede bladeren en aan de knoestige uitsteeksels van oude, omgewaaide boomen hier en daar een plukje zacht haar. Zoo ging het den heuvel op, naar een woeste, wilde streek, waar het geen nut had het nog verder te volgen. Toen ik op mijn terugweg naar het meer den

Sluiten