Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roepen, ook zoo doordringend, dat zijn gemoedsrust er door verstoord wordt. Ik zou wel eens willen weten wat er toch in dat uit visschen gaan schuilt, dat zelfs het oude bijbelwoord : „zal eèn luipaard zijne vlekken veranderen?" schijnt te logenstraffen en iedereen tot een ander mensch schijnt te maken, die als de knoppen zwellen zich haast bij 't verscholen beekje te komen. Daar heb je Keeonekh, den otter. Voor-, dat hij visscher werd, was hij een woeste, bloeddorstige wreedaard, die een walglijken stank verspreidde, zooals alle andere wezels, maar nu leeft hij met iedereen op goeden voet, is helder, is zachtaardig, en wanneer ge een huisdier van hem maakt, wordt hij zoo speelsch als een poesje en zoo trouw als een hond. En dan Ismaques, de vischarend: voordat die visscher werd, was hij net zoo gehaat als alle andere roofvogels om zijn wreedheid en zijn rooversmanieren. De schaduw van zijn wieken was voor alle schuwe dieren het sein om zich te verbergen. Dan riepen meerkol en kraai: „dief, dief!" Dan liet de koningsvogel zijn krijgskreet weerschallen en schoot voor den dag om 't gevecht te beginnen. En nu — de kleine vogels bouwen hun nestjes tusschen de takken van zijn groote woning en de schaduw van zijn wieken is een veilige bescherming, want uil en havik en wilde kat hebben al lang geleerd dat het maar

Sluiten