Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langzaam of te rheumatisch was om op de hoornen nog een dier te vangen, gleden uit het kreupelhout te voorschijn en tastten toe zonder verlof te vragen. Wilde katten vochten als duivels om de heerlijke kluifjes; meer dan eens hoorde ik ze 's nachts te keer gaan. En eens, laat op een middag, toen de schaduwen dieper werden en ik er nog niet toe besluiten kon mijn schuilplaats tusschen de rotsen te verlaten, kwam er heel behoedzaam, alsof hij voor zichzelf een beetje met zijn figuur verlegen was, een groote lynx uit het kreupelhout, die kieschkeurig aan de vischgraten begon te snuffelen.

Hij kwam daar blijkbaar voor 't eerst, en wist niet dat Jan en alleman er mocht komen smullen, maar verkeerde al dien tijd in de meening, dat hij den een of ander zijn buit opat. Dat was duidelijk uit zijn houding, uit de verschrikte bewegingen die hij maakte, uit zijn geluister, uit de wijze, waarop hij zachtjes in zichzelf zat te brommen, op te maken. Hij was grooter dan elk ander dier, dat er was en hoefde dus niet bang te wezen; maar voor het jachtrecht en voor een andermans eigendom koesteren de dieren een geweldig ontzag; en dit voelde ook die groote kat. Hij had trek in visch, maar zoo groot als hij was, gaven toch al zijn bewegingen te kennen dat hij klaar stond om zijn hielen te lichten voor het eerste het beste kleine beest,

Sluiten