Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van die twee aan het Groote Squatuk-meer — die ook in andere opzichten merkwaardig verstandig waren — weet ik niet te vertellen. Wat er van de jongen wordt is mij ook nog een geheim. Er bestaat een sterke familieband en de jongen blijven veel langer bij de ouden, dan bij andere vogels gewoonlijk het geval is; maar wanneer het lente wordt, zult ge alleen vader en moeder bij t oude nest aantreffen. Ik geloof wel dat de jongen in de vroegere omgeving mee terugkomen, maar als het meer klein is, bouwen ze nooit aan hetzelfde water — indringen doen ze zich niet. Elk paar schijnt er — even als de ijsvogels — zijn eigen meer, of gedeelte van een meer, op na te houden, maar aan welke waterwet zij hun recht ontleenen, waarop zij hun aanspraken gronden, staat nog te ontdekken.

Toen ik dat nest voor den eersten keer vond, waren er twee jongen in; en ik nam ze gewoonlijk waar in die tusschenpoozen, dat niets zich bewoog in het kreupelhout bij mijn schuilplaats, net waren voorspoedige, twetterende beestjes, goed doorvoed en voldaan over de wereld. Ze konden soms urenlang op den nestrand, over de boomtoppen langs de helling, naar het meer staan kijken; en naar hun houding en hun getierelier te oordeelen, vonden ze die groote, ruischende, groene wereld, de vogels, die voorbijtrokken, de

Sluiten