Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE DE KLEINE VISSCHERS LES KREGEN.

EENS op een dag, dat ik weer tusschen de rotsen zat te hengelen en moeder vischarend op mijn vischwater kwam afzeilen, klonk haar kreet niet als gewoonlijk; Tsjip, tsj'wie! Tsjip, tsip, tsj'wie-ie-ie? Dat was de groet van den visscher wel, o ja, duidelijk genoeg, maar het klonk anders, er was iets zegevierends en voldaans in, zoo iets van: „kijknu eens hier!" Eer ik mijn hoofd om kon draaien — want ik had net beet — volgden er nog meer geluiden: pip, pip, pip, tsj'wie! pip, tsj'wie! pip, tsj'wie-ie! Wonderlijk verwarde geluiden, die mij alle een „goede vangst" toeriepen. Ik hoefde mij niet eens om te keeren, maar begreep zoo al wel dat er nog twee visschers waren bijgekomen om in het gilde te worden opgenomen. De moeder, die dadelijk aan haar meerdere grootte en donkerder teekening op de borst is te herkennen, zwenkte op mij af, toen ik mij omkeerde en vloog recht over mij heen, met haar beide kleintjes achter zich aan, die dapper klapwiekten. Toen ik een paar dagen tevoren een uitstapje naar een ander meer maakte om grooter forellen te zoeken, stonden de jonge vischarenden nog op het nest en hielden zich doof voor de betui-

87

Sluiten