Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer uit, met veel geflodder en lawaai, gierend van verrukking, den visch in zijn klauwen. Voort gaat het naar het nest, in lage, langzame vlucht. De moeder kringt een poosje boven hem, om er zeker van te zijn dat hij niet te zwaar beladen is, en keert dan weer met den anderen beginneling terug, om heen en weer te zweven boven het ondiepe van de zandbank. Het blijkt nu duidelijk — zelfs mijn oogen kunnen het zien, — dat er een groot onderscheid in de karakters van jonge vischarenden kan bestaan. De eerste was vurig, koppig, ongeduldig; de tweede is kalmer, flinker, gehoorzamer. Hij kijkt wat zijn moeder doet; hij let op de seinen, die zij geeft en een oogenblik later schiet hij in een mooien, zekeren boog neer om weer met een visch voor den dag te komen. De moeder prijst hem, als zij daalt om naast hem te gaan vliegen. Mijn blikken volgen hen, zooals zij daar langzaam over de dansende schuimkoppen voortwieken, redeneerend als een paar oude kameraden, en boven de glooiing van boomkruinen naar hun nest stijgen.

Het leeren is nu voor vandaag gedaan; ik ga dus maar weer aan het visschen voor de beren, opnieuw in bewondering voor die gevleugelde gildebroeders. Misschien schuilt er ook wel een greintje naijver of spijtigheid in mijn overpein-

Sluiten