Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en bijgewoond dat grijze boschwolven hun op 't spoor waren; toch heb ik een hert nog nooit zijn volmaakt zelfvertrouwen of zijn grootsch gevoel van meerderheid tegenover zijn achtervolgers zien verliezen. Eens, de sneeuw lag dik, heb ik een hert het leven gered; net op 't nippertje, want de honden hadden hem al ingesloten. Tot het laatste oogenblik toe, dat hij nog ééns opsprong, om daarna zijn kop rustig neer te leggen op de sneeuwkorst, heb ik geen enkel blijk waargenomen van den vreeselijken angst, de angstige opgewondenheid, die wij altijd aan achtervolgde dieren toeschrijven. Datzelfde geldt ook bij vossen en zelfs bij konijnen. De zwakke en domme eindigen hun leven al jong onder de nagels of de klauwen van sterker dieren. De rest is al zoo dikwijls ontkomen, heeft al zoo stelselmatig gespeeld en gedraafd, tot elke spier, elke zenuw volkomen is afgericht voor haar werk, dat ze er geen oogenblik aan schijnen te denken hoe er eindelijk een gevaar kan komen en- zegevieren.

Let er eens op hoe die honden een vos door het winterwoud jagen. Hun pooten, opengehaald aan doornstruiken en harde aardkluiten, laten een rood spoor achter op de sneeuw; ze hebben alle bloedige punten aan hun staart, doordat het uiteinde er afgeslagen is met hun woest gekwispel.

Sluiten