Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hij zag rond, maar wendde schuw 't gelaat Wanneer der goden vuren dronkenheid Hem lokte met de gruwbre pijniging Bevender blikken harde schittering En 't weeke smachten van besmetten mond, Dan toog een blos, benauwd, en bloederood, Zijn schoone wangen over, heel zijn hoofd, Tot aan de zijden golving van zijn haar, En vloeide als hel en blijgetint karmijn , Uit langs zijn hals en kwijnde nederwaarts, Dan look zijn blik zich, en de zachte scheel Bedekte 't zalig licht, en zijn gelaat Was zacht en kuisch en gansch begeerteloos. En rustig als in droomenlooze slaap. En dan, opeens, hief hij het hoofd, en zag De tafel rond, en zag naar vader Zeus, Of die zijn hand niet hief, opdat hij kwaam' En stond, en zag, en wachtte, tot zijn wil Zeus overwon, en deze in zoeten dwang Hem wenkte, en hij, een schuwe hinde, vlood En zocht bescherming in Zeus' machtige arm.

Sluiten