Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij wist van liefde slechts wat and'ren praatten, Wat boeken zeggen (en zij vond het mooi)

En hunkerde .... en haar gedachten haatten, Wanneer zij naaide aan luchtgen bruiloftstooi.

Ach, zij mocht helpen anderen te eieren, Met pronk te smukken liefdes heiligdom.

Wanneer zou zij heur éigen hoogtijd vieren? Zich tooien voor heur laten bruidegom?

Zij naaide en wist heur wassen wangen welken,

In ieders oogen las ze medelij, Als men haar plaagde of, als om haar te helpen,

Vriendlijke woorden van haar goedheid zei.

Want zij was goed; alleen haar arme leven Verging zoo schuchter, dat het niemand zag.

En zij dorst zich niet zalig overgeven In liefdes weelgen vollen zonnedag.

Maar in den avond stond ze stil te droomen In 't hofje, al wachtend, of haar niemand nam.

Ze zag de jongens met hun meisjes komen,

Maar geen die vragend tot heur vragen kwam.

Sluiten