Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANROEP

Doe gij met mij naar uwen wil, Ik vind geen zweem van weerstand meer.

Ik ben in uwen vrede stil En ken u als mijn heer.

't Donker weerstreven van mijn bloed Ging jaren naar uw goedheid uit.

Nu zijt gij mijn, en mijn voorgoed, Want gij naamt mij ten buit.

En ik, in ongewilden dwang. Aanvaardde u als mijn eigendom,

En voel: ik ben uw ondergang En rijs in u weerom.

Gij, dagelijks in mij gedood, Hoe keert gij tot het leven weer?

Wat stierf in 's harten diepen schoot Vindt geen herrijzen meer.

En ik, die heerelijk ontluik In uwe weeïge wildernis,

Zoetrookge roode rozenstruik, Sterf 'k waar geen dood meer is?

Sluiten