Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SONNETTEN

III.

Er is een liefde bitter als de dood, Meer onverwoestbaar dan des levens machten.

En teeder als de maan, die, bleek en rood, Rijst uit den damp der ijle zomernachten.

Met ons geboren, toen in blijden nood De moeders ons ten schreiend leven brachten.

Werden wij saam in leed en tranen groot. Wij kunnen haar niet haten of verachten.

Zij is ons hart zoo onuitspreeklijk zoet, En haar verrukt maar bitterbang geleide

Is ons vertrouwd als 't kloppen van ons bloed, En in haar vrede zijn wij bevend blijde.

Doch in verdrukking- geeft zij ons den moed, Om fier te lijden en ten feilen strijde.

Sluiten