Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landbouwvetloven. Voor een betere regeling der menagegelden zijn Ter Laan en Duys verschillende keeren opgekomen.

Krachtig en onophoudelijk hebben onze partijgenooten het recht van bestaan der mobilisatieclubs verdedigd en geeischt, dat aan de verspreiding onzer lectuur en het houden van vergaderingen geen moeilijkheden in den weg zouden worden gelegd.

Hugenholtz heeft gepleit voor het kiesrecht der militairen en 15 Januari 1918 er op aangedrongen, dat de regeering van hare bevoegdheid om dit recht te schorsen, geen gebruik zou maken bij de a.s, verkiezingen. Minister Cort gaf voor de regeering de toezegging, dat zij van hare bevoegdheid geen gebruik maken zou.

Ter Laan kwam op tegen de onzinnige 4 daagsche en 6 daagsche landweeroefeningen. 4 Mei 1917 werd zijn motie ten doel hebbende die oefeningen dat jaar te doen vervallen met groote meerderheid verworpen. Slechts de vrijz. democraten en de kamervoorzitter stemden met onze partijgenooten mee. Een zelfde motie van ter Laan met betrekking tot de oefeningen voor 1918 werd 16 Mei j.1. aangenomen, 't Loopt nu ook naar de verkiezingen, zoodat de unie-liberalen en zelfs de vrij-liberalen en rechterzijde grootendeels vóór stemden. De Gideonsbende, die den Minister steunde en de oefeningen niet wilde missen, bestond uit Nolens, van Rijckevorsel, de Wyckerslooth, Kooien, Bongaerts en Loef (kath.); Visser van IJzendoorn en Knobel (vrij. lib.); Van der Voort van Zijp, Beumer, van der Velde, de Monté Verloren, Rutgers en Brummelkamp (anti-rev.); van Veen en de

Sluiten