Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

De geschiedenis en de waarde van het zwemmen.

De geschiedenis der lichaamsoefeningen — en hierop maakt die van het zwemmen geen uitzondering — is ongetwijfeld zoo oud als die van de Menschheid. Verschillende geschiedschrijvers hebben 't licht laten vallen op de beteekenis van die lichamelijke bezigheid, welke thans „Sport" heet, in het bestaan ook van verschillende volkeren, voor wie het geregeld gebruik hunner physique kracht en vaardigheid door den natuurlijken aard hunner dagelijksche werkzaamheid even noodig was als regelmatige voeding en rust. De oude Grieken, die om hun lichaamsoefeningen beroemd waren, kenden bij dè opvoeding van de jeugd, zoowel voor jongens als voor meisjes, een belangrijk deel toe aan de oefening in de zwemkunst; de Atheners gingen zelfs zoo ver den onbeschaafden mensch aan te duiden met hun bekend gezegde „Hij kan lezen noch zwemmen," terwijl niet onbekend mag blijven, dat Solon in zjjne wetgeving „zwemplicht" voorschreef.

Geleidelijk is door de toenemende beschaving, die op de bestaansvoorwaarden van de volkeren — die voorheen ook aan de aanwezigheid van water gebonden waren — zoo sterk ingreep, ook het zwemmen in onbruik geraakt, en wel zoo sterk, dat het reeds in eeuwen, waarin nog de trekschuit floreerde, noodig bleek, met klem de aandacht te vestigen op die nuttige kuns^, waarvan de beoefening tevens de zuiverste

Sluiten