Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is van die der Gezondheid, welke alreeds in 't gedrang dreigde te geraken!

J. C. F. Gutsmuths, een bekende figuur in de geschiedenis van de gymnastiek, schreef reeds in 1818: „Het zwemmen is buiten kijf een der nuttigste en belangrijkste lichaamsoefeningen. Desniettegenstaande wordt evenwel deze kunst niet zoo algemeen geleerd en beoefend als zij wel verdiende. Zou ook Rousseau gelijk hebben, wanneer hij schrijft: „Jongelingen van goeden huize, zorgvuldig opgevoed, leeren meest allen paardrijden — waarom? Omdat het veel geld kost. Niemand daarentegen onder dezen leert zwemmen — waarom? Omdat het niets kost, en een handwerksman het even goed kan leeren, als wie het ook zijn moge. Inmiddels stijgt een boer, een reiziger, zonder in de rijschool (manege) geleerd te hebben, te paard, blijft er op zitten en rijdt zijns weegs, fiks en zonder schroom. Maar in het water? Kan men niet zwemmen, zoo verdrinkt men, en dit kan men niet als men het niet geleerd heeft. In allen gevalle zou men, zonder zijn leven in gevaar te brengen, het paardrijden kunnen laten, maar het zwemmen niet, overmits niemand zeker is, dat hij door in 't water te vallen niet den een af anderen tijd in gevaar zal komen van, zoo hij deze kunst niet verstaat, te verdrinken."

Twaalf jaren later schreef Rompelman Jansz. uit dankbaarheid over het feit, dat hij door toepassing van de zwemkunst zich vijf malen het leven redde, over „Het Nut der Zwemkunst", terwijl in 1881 van C. H. den Hertog een bekroond antwoord op de prijsvraag verscheen van de Amsterdamsche Zwemclub (opgericht in 1870), „Naar de Zwemschool" geheeten. Evenals dat der gymnastiek trok zich de „Maatschappij tot Nut van het Algemeen" het lot van het zwemmen aan, 't welk zijn ontwikkeling tot het peil, waarop het heden ten dage staat, echter voornamelijk dankt aan het onverdroten werk van zwemclubs, welke na de Amster-

Sluiten