Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door het water en ten slotte de angstigsten, die of met in 't water durven, of zich krampachtig in het water aan de leuning van den trap vasthouden. _

Met de laatstgenoemden behoeft de onderwijzer zich in de eerste twee a drie lessen niet bezig te houden. Hu gaat met de moedigen direct den zwemslag verder beoefenen, met hen, die los op het vest durven gaan liggen, den samengestelden, met de anderen, die zich aan stang, touw enz. vasthouden, den beenzwemslag. Ook kan de onderwijzer dezen klassikaal onderricht geven wat voor eerstgenoemden niet noodig is, wanneer zij den zwemslag goed in de liggende houding uitvoeren. Meestal gebeurt het, dat de minder moedigen hierdoor aangemoedigd worden en ook trachten op het vest te gaan liggen.

Zoodra mèn merkt, dat een leerling op het yest zwemt over ± 20 M., een gemakkelijken en fhnken zwemslag uitvoert en daarbij een voldoende voortgaande beweging en regelmatige ademhaling heeft, dan laat hij deze zonder vest het zwemmen beoefenen, i^en te vroeg verleend verlof om zonder vest te oefenen is af te keuren, daar de leerling zich dan aan een haastige, onregelmatige zwembeweging gewent, die het regelmatig ademhalen bemoeilijkt.

Thans gaat de onderwijzer zich met de minder moedigen bemoeien. Hij tracht ze den beenzwemslag uit te laten voeren, door de stang, balk of touw vast te laten houden. Vervolgens laat men hen den samengestelden zwemslag klassikaal uitvoeren.

Toch zijn er altijd leerlingen onder, die zoo n vrees voor het water hebben, dat men genoodzaakt is, hen eerst aan den hengel te nemen, om aan het voorover liggen te wennen. Met dezen heeft men de meeste moeite en is er heel wat beleid en geduld noodig om hen zoover te brengen, dat ze zonder hulp zich verder kunnen oefenen. Naarmate de leerling vorderingen maakt, wordt hu

Sluiten