Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vensten- of schoudergordel samenstelt, verbindt den arm aan den romp.

Het skelet van den bovenarm bestaat uit het Opperarmbeen, waaraan we een bovenste gewrichtshoofd voor het schouderblad, en een onderste — katrol genaamd — voor de beenderen van den onderarm aantreffen.

Spaakbeen en EUepijp, het eerste aan de duim-, het tweede aan de pinkzijde van den onderarm gelegen, vormen dezen. Aan den onderkant brengen ze de verbinding tot stand met de beenderen van de hand, die bestaan van boven naar beneden — van den onderarm gerekend — uit Handwortel-middenhandsbeenderen en vingerkootjes.

De onderste- of Bekkengordel bestaat uit het reeds genoemde Heiligbeen, dat links en rechts een verbinding aangaat met het Heupbeen, aan die zijde gelegen. Voor de verrieening bestond het heupbeen uit 3 stukken, n.1. uit Darmbeen, Zitbeen en Schaambeen. Het oorspronkelijke darmbeen bezit een holte, welke het hoofd van het Dijbeen opneemt, daarmede het Heupgewricht vormende.

Het skelet van het onderbeen, waaraan zich dat van den voet aansluit, bestaat uit Scheen- en Kuitbeen. Het eerste beenstuk, dat met den onderkant van het dijbeen een gewricht vormt, loopt naar beneden uit in den binnenenkel. Het kuitbeen, dat aan den buitenkant wordt aangetroffen, eindigt in den buitenenkel. Door de geheel andere functie, welke den voet is opgedragen, is zijn skelet, alhoewel het in samenstelling hetzelfde principe toont als dat van de hand, veel zwaarder, van bouw. Men onderscheidt, vanaf het onderbeen gerekend, de beenderen van voetwortel, middenvoet en de teenkootjes.

Sluiten