Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Secretaris, A. B. Meilink, te Schiedam, Penningmeester, L. H. v. d. En de, te Botterdam, A. M. Hi ooien, te Delft, P. Koppejan, te Vlissingen en H. A. N e b bens Sterling, te Dordrecht, Commissarissen; in het „Middengewest" (bestaande uit de provinciën Utrecht, Overijssel en Gelderland, benoorden Rijn en Lek): Joh. Blom, te Arnhem, Voorzitter, H. P. J. van Broekhu ij zen, te Wageningen, Secretaris, J. P. Herman de Groot, te Zeist, Penningmeester, W. G. Butgers, te Utrecht, en C. W. Wiegel, te Kampen, Commissarissen; in het „Noordergewest" (bestaande uit de provinciën Friesland, Groningen en Drenthe): KI. de Vries, te Groningen, Voorzitter, H. Albers, te Leeuwarden, Secretaris, H. van Gelder, te Leeuwarden, Penningmeester, A. G. M o n t f o o r t, te Assen en E. H a z e 1 h o f, te Winschoten, Commissarissen; in het „Zuidergewest" (bestaande uit de provinciën Noordbrabant, Limburg en Gelderland, bezuiden Rijn en Lek): H. Bloemen, te Roermond, Voorzitter, J. Gostelie, te 's-Hertogenbosch, Secretaris, H. Konings, te Sittard, Penningmeester, R. F r a n s s e n, te Nijmegen en W. A. Spoor, te Kuilenburg, Commissarissen.

Krachtens de bepalingen der nieuwe bondswet werden door het Bondsbestuur tot leden der Technische Commissie, voor het eerste jaar, benoemd de Heeren S. van Aken, te Rotterdam, A. B. Meilink, te Schiedam en Karei Muller, te Amsterdam.

De „Maandberichten" tot dusver onder de éénhoofdige redactie van den bondssecretaris, werden omgezet in „het Tijdschrift van het N. G. V.", waarvan op 1 Januari 1888 de Heeren K. Ingerman, F. H. van Duinen en J. J. Wopkes, allen te Amsterdam, als Commissie van Redactie optreden, van welk optreden de samensmelting van „Maandbericht" en „Turnvriend" het gevolg is.

In het eerste jaar van hun bestaan werden door het Zuidergewest en het Noordergewest uitvoeringen gegeven,

Sluiten