Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regeering verzonden, houdende het verzoek, dat het Zijne Excellentie, den Minister van Binnenlandsche Zaken moge behagen de vereischte stappen te doen, ten einde: 1°. eene eenvoudige, maar degelijke inrichting in het leven te roepen tot geheele opleiding van gymnastiek-onderwijzers; 2°. deze inrichting te stichten, waar gelegenheid bestaat om door aanschouwing de noodige kennis te verkrijgen en waar door aanwezigheid van uitstekende, hygiënisch gebouwde, toestellen het practisch beoefenen der gymnastiek tot zijn volste recht kan komen.

Bij de mondelinge toelichting aan het Departement gaf de Minister, Mr. S. van Houten, de verzekering van zijne belangstelling in zaken, de gymnastiek betreffende, en de belofte liet verzoek in ernstige overweging te zullen nemen.

In de op 27 Januari 1895 te Amsterdam gehouden bondsvergadering, waarin verschillende voorstellen tot gedeeltelijke wetswijziging aan de orde kwamen, doet thans ook het reeds meermalen in het Tijdschrift besproken voorstel om te komen tot gewestelijke vertegenwoordiging officieel zijn intrede, met KI. de Vries als inleider en doelverdediger. Het wordt echter met groote meerderheid van stemmen verworpen. In diezelfde vergadering worden de ondersteunende leden der Gewesten afgeschaft en vastgesteld, dat voortaan alleen ondersteunende leden van het geheele Verbond, als zoodanig, kunnen worden opgenomen.

Op 28 April 1895 heeft te Utrecht eene buitengewone bondsvergadering plaats, waarin door het bondsbestuur, daartoe geleid door de ondervinding en de overwegingen van den voorzitter van het gewest „Zuidholland en Zeeland" wordt voorgesteld eene wijziging te brengen in de gewestelijke indeeling en tot oprichting van een zesde, gewest, het gewest „Zeeland" te besluiten. Met algemeene stemmen wordt dit voorstel aangenomen. Daardoor werden nieuw gevormd: 1°. het gewest „Zuidholland" door de

Sluiten