Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 11.

Goede houding van het lichaam bij het eind van den doorhaal.

niet vóór dién tijd wordt het lichaam uit den achteroverliggenden stand opgericht, en volgt het ook weer zwaaiend de armen.

Zit men nu achter

aan den slag, dan moet gezorgd worden voor het zitten met goed ingetrokken lendenen en een rechten rug. De rug mag nooit gekromd zijn, niet bij het begin, niet gedurende, niet aan het eind van den slag.

Het hoofd blijft bij deze zwaaiende bewe¬

gingen reent op den romp. 'n Vóórover gebogen hoofd zoowel als te veel achterover gebogen hoofd sluit de ademhalingsorganen af en

belemmert daardoor het uithoudingsvermogen. Het hoofd kijkt niet rechts, niet links, doch recht vooruit. De oogen nemen de bewegingen waar van dien roeier, wiens bewegingen gevolgd moeten worden. Na het opzwaaien

aan het begin, steunt

Fig. 12.

Verkeerde houding van het lichaam armen en polsen bij het eind van den doorhaal.

men met de beenen den doorhaal, terwijl de voeten ferm tegen het voetbord blijven aangedrukt. Op de glijbank steunt men den doorhaal extra, door het wegtrappen van het bankje, dat krachtig moet zijn en eenparig.

Sluiten