Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een gelijke inzet aan beide boorden geeft stabiliteit aan de boot en snelheid.

Het eindigen van den slag is al even belangrijk als de inzet. Het einde moet krachtig zijn en absoluut zuiver. Een zuiver loslaten van het water is het absolute kenteeken van een goede houding van armen en lichaam.

Een goed einde verhoogt de snelheid en brengt geen fouten, die van invloed zijn op het onstabiel liggen van de boot, bij het terugbrengen van de glijbanken.

Het leeren van een goed eindigen van den slag kan door den beginner zonder riem beoefend worden. Hij strekt de armen, de knokkels van de vuisten naar boven; hij haalt de armen bij en buigt de ellebogen, zóó, dat de handen in hetzelfde vlak blijven. Zoodra de wortels van de duimen de borst raken, drukt hij de onderarmen omlaag, draait de polsen en strekt de armen. Na eenige oefening herhaalt hij hetzelfde met den riem, terwijl de boot wordt vastgehouden, en daarna varende.

Wat in den aanvang zeer moeilijk lijkt, wordt na eenige weken oefening gemakkelijk uitgevoerd.

Het ontijdig draaien van den riem bij het einde van den slag, verraadt zich altijd door het opgooien van water. Immers wordt de riem gedraaid, nédat hij vrij is van het water, dan is dit niet mogelijk.

De uitwerking van het draaien, vóórdat de riem vrij is, wordt zeer goed merkbaar in de stabiliteit van de boot. Zij zal neiging tot overhelling krijgen aan dat boord, waar de riemen bij den finish blijven haken.

Het aanleeren van goed waterwerk is werkelijk een groote factor in een goeden stijl. De meeste fouten toch ontstaan uit een slechten uitdruk, en hoe moeilijker en ranker het vaartuig, hoe meer fouten voelbaar worden.

Sluiten