Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OKSEL-ARMZWAAI B, STAANDE EN VALLENDE.

Fig. 10. Oksel-armzwaai B, staande. STAANDE.

AANVAL. Deze oksel-armzwaai verschilt, voor zoover het begin van uitvoering betreft, weinig met den oksel-armzwaai A.

Op het oogenblik, dat de aanvaller den arm van den verdediger over zijn eigen schouder zwaait, moet hij vlug met het hoofd onder diens opgeheven arm doorgaan, zijn bovenarm met beide handen krachtig vasthouden en den romp zoover voorover buigen, dat de verdediger als op den rug van den aanvaller hangt.

De oksel-armzwaai is nu gemaakt met den linkerschouder van den aanvaller onder den rechteroksel van den verdediger.

VERDEDIGING A. Maak een beweging, alsof de aanvaller achterover getrokken moet worden en tracht op de knieën te vallen.

VERDEDIGING B. Stap vlug naar links, zoodat den aanvaller de gelegenheid wordt ontnomen den greep te voltooien.

OPMERKING. Bij de toepassing van deze grepen, moet rekening worden gehouden met de lichaamslengte van hem, die aanvalt.

VALLENDE.

AANVAL. Val nu vlug op uw linkerknie, buig den romp voorover, trek krachtig aan den rechterarm van den verdediger en zwaai hem over uw rug naar den grond.

De beenen moeten gespreid worden als bij den onderarmzwaai. Fig. 6.

Het lichaam van den verdediger draait naar Hnks en komt met rechterschouder en rechterzitvlak op den grond.

VERDEDIGING. Zie hiervoor het gedeelte betreffende het vallen van den oksel armzwaai A. Fig. 9.

Sluiten