Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den vijfden druk werd het gedeelte „lezen op de zeekaart" wat uitgebreid. Bij het onderwerp „verduisteringen" werd aangegeven -hoe de grenswaarden der maansbreedte, waarbij nog zons- en maansverduisteringen mogelijk zijn, kunnen worden berekend.

In de afdeeling „hoogteverbeteringen" werd getracht de nadere beschouwing over de astronomische refractie duidelijker te maken.

De behandeling der schijnbare verticale- en hellende halve middellijnen van zon en maan is vervallen.

Bij de „plaatsbepaling door twee hoogtewaarnemingen werden een paar voorbeelden toegevoegd met toepassing van de Tafelen van Bossen en Mars en werd bij „dê gunstigste omstandigheden" iets opgenomen over den invloed van een fout in de verzeiling tusschen de waarnemingen op de standplaats van het schip.

De berekening van den M. T. Grreenwich door maansafstanden is vervallen, daar de ware middelpuntsafstanden van de maan tot verschillende hemellichamen, niet meer in den Nautical Almanac worden opgenomen.

Bij „de watergetijden" werd een poging gedaan om een duidelijker verklaring* te geven van het ontstaan der vloedgolven.

Als „aanhangsel" werd aan het einde van het boek, op blz. 401, melding gemaakt van een te laat bekend geworden, vrij belangrijke wijziging in de inrichting van het Tijdmeter-Journaal, bij de St. M.ij Nederland in gebruik.

Augustus, 1908.

In den zesden druk onderging de afdeeling Sterrenkunde eemge wijzigingen. Bij de slingerproef van Foucault werd een afleiding gegeven van de formule die den tijd aangeeft waarin het slingervlak op een bepaalde breedte een omwenteling volbrengt.

Bewijzen werden gegeven van de wetten van Keppler, waarbij wat de 3e wet betreft, werd aangenomen dat de planeten cirkelbanen om de zon beschrijven.

Nader werd toegelicht, hoe ten gevolge van de elliptische baan der aarde om de zon, dit hemellichaam schijnbaar in een jaar een grootcirkel aan de hemelsfeer doorloopt.

Een formule werd afgeleid die het verband aangeeft tusschen kleine veranderingen in lengte en de overeenkomstige veranderingen m rechte opklimming van de zon. .. .

In de afdeeling Instrumenten werd bijgevoegd een beschrijving van den gyroscopischen horizon van Fleuriais en een toelichting van de behandeling van dit instrument.

Een poging werd gedaan om de elementaire afleiding van de tormule voorstellende de afwijking van het kompas ten gevolge van het permanent magnetisme wat duidelijker te maken.

Juli, 1911.

Sluiten