Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkrijgen. Enkele van deze patent-loggen zullen met verschillende soorten van kompassen bij de instrumenten behandeld worden.

Zoowel de gewone- als de patentloggen geven met meer of minder nauwkeurigheid de vaart van het schip door het water en niet over den grond. ■

Als men zich op weinig diepte bevindt, kan men gebruik maken van de zoogenaamde grondlog om de vaart van het schip over den grond te bepalen. De grondlog onderscheidt zich van de gewone log eenvoudig hierin dat het logplankje vervangen wordt door een lood. Bij het gebruik van de grondlog dient er op gerekend te worden dat de lengté van de uitgeloopen lijn de schuine zijde is van den rechthoekigen driehoek, waarvan de diepte en de afgelegde weg de beide rechthoekqzijden zijn.

Het gissen buiten boord is een hulpmiddel, dat aanbeveling verdient, wanneer het schip zeer weinig vaart loopt.

Als een schip zich met zekere snelheid door het water beweegt, zullen drijvende voorwerpen, die van het voorschip over boord worden geworpen, met gelijke snelheid langs het schip drijven. Is er nu zekere lengte langs de zijde van het schip afgezet, dan zal men uit den tijd, dien het voorwerp besteedt, öm dien afstand te doorloopen, de vaart van het schip gemakkelijk kunnen opmaken. Legt het schip in 1 u. één zeemijl af, dan doorloopt het in één .secunde 0,514 M.; doorloopt het in één secunde n X 0,514 M. dan is de snelheid n mijlen per uur, doch besteedt het om dien afstand

te doorloopen p secunden, dan is de vaart ^mijlen. Maakt men

bijv. den afstand langs de verschansing 30X°,514 M. = 15,42 M. en heeft een voorwerp 10 secunden noodig, om dien afstand schijn-

30

baar te doorloopen, dan is de vaart -j^ = 3 mijlen.

Het bepalen van den behouden koers en de verheid. Het etmaal wordt verdeeld in zes wachten van vier uren, AM, PV, EW, HW, DW en VM.

Men is gewoon, na elke wacht den behouden koers en de verheid in het journaal te schrijven.

Döor den behouden koers en de verheid in de wacht verstaat men den gemiddelden koers, die in de wacht gestuurd is en het aantal mijlen, dat in dien tijd is afgelegd.

Om het aantal mijlen te kennen, dat een schip in een wacht heeft afgelegd, is het gewoonlijk voldoende nauwkeurig om het uur te loggen. Men logt dus 4 maal gedurende een wacht en wel op de halve uren, en, om het behoud te vinden, telt men het aantal mijlen op. Logt men om het half uur, dan moet de som van het aantal gelogde mijlen natuurlijk door twee gedeeld worden.

De gelogde vaart wordt telkens opgeschreven, naast den koers, die gemiddeld-in het verloopen uur gestuurd is.

Loopen de gestuurde koersen niet veel uitéén, bijv. niet meer

Sluiten