Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 streken is doorgezeild (d. w. z. totdat men het punt peilt onder een hoek, die ongeveer 8 streken met den voorgaande verschilt). Men bepaalt de verheid tusschen de beide waarnemingsplaatsen van het schip door middel van de log, en herhaalt dan de peiling.

Heeft men nu de miswijzende peilingen weer tot magnetische- of ware peilingen herleid, dan kan de standplaats van het schip door constructie of door berekening bepaald worden.

Constructie. Zet de gezeilde koers en verheid uit het gepeilde punt af. Trek door het uiteinde der koerslijn een lijn in tegengestelde richting van de eerste peilingslijn en door het gepeilde punt een lijn in tegengestelde richting van de tweede peilingslijn, dan is het snijpunt de standplaats bij de tweede peiling.

Als dit verlangd wordt kan de standplaats bij de le peiling verkregen worden door de gezeilde koers en verheid in tegengestelde richting van de 2' standplaats af te zetten.

Voor de berekening vormen de peilingslijnen met de gezeilde verheid een driehoek, waarvan ééne zijde, n.1. de gezeilde verheid en de drie hoeken bekend zijn. Hieruit kan dus de afstand van het schip tot het gepeilde punt bij 2" peiling berekend worden, en vervolgens door de koers- en verheidsrekening breedte en lengte van de standplaats van het schip.

Voorbeeld. Gepeild Portland rechtwijzend N 65° W.

daarna verzeild v Z 79° W. 31,7 mijl.

alstoen Portland gepeild „ N 48° W.

Gevraagd breedte en lengte van de standplaats van het schip.

idplaats van het schip.

In Fig. 16 is uit P de gezeilde koers en verheid AP afgezet. Uit A is de le pei\ lingslijn en uit P de land) tweede peilingslijn beiden in tegengestelde richtingen van de peilingen getrokken. Het snijpunt B is de standplaats van het schip.

Fig. 16.

In AABP is: PB: AP — sin PAB : sin ABP of PB: 31',7—sin 36° : sin 113° sin 36°

waaruit = 31,7 X-^ïgö-

Z.31',7 = 1,50106 l.sin 36°= 9,76922 l. cosec 113° = 10,03597 l.PB= 1,30625

PP = 20',2

Sluiten