Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verplaatsen de sterren zich langzaam, bij den equator verplaatsen zij zich het snelst. Bij die beweging behouden de sterren echter hunne onderlinge standen. lederen dag herhaalt zich hetzelfde verschijnsel en de kim wordt door elke ster telkens weer in dezelfde punten gesneden.'

Dit verschijnsel, de dagelij ksche beweging genoemd, heeft slechts schijnbaar plaats; het ontstaat tengevolge van de wenteling der aarde om haar as, waardoor de onderscheidene punten der sfeer, dus ook de middelpunten der hemellichamen, cirkels schijnen te beschrijven, die allen hun middelpunten hebben in de hemelas en evenwijdig loopen aan den equator. De richting waarin de aarde om haar as wentelt is, aan de Noordpool beschouwd, tegen de richting waarin de wijzers van een horloge zich bewegen.

Als men zich geplaatst denkt buiten de hemelsfeer, met het oog op de hemel-Noordpool gericht, dan is de richting der schijnbare dagelijksche beweging van de hemelsfeer, dezelfde als die van de wijzers van een horloge.

De bewijzen, dat de aarde werkelijk om haar as draait, zijn de volgende:

1°. Slingerproeven tot bepaling van de afplatting der aarde.

In de le Afdeeling is aangegeven, hoe men in de graadmetingen op hoogere en lagere breedten een middel heeft om door berekening tot de afplatting der aarde te geraken.

Een tweede middel, om die afplatting te bepalen, heeft men in het bepalen van den slingertijd van een slinger van zekere lengte, dien men op lagere breedte en op hoogere breedte laat slingeren. Hoe dichter men zich, aan de aardoppervlakte blijvend, bij het middelpunt der aarde bevindt, des te sterker werkt de aantrekkingskracht, des te sneller zal de slinger slingeren.

Laat men nu een slinger van bepaalde lengte achtereenvolgens op hoogere breedten slingeren, dan neemt men verkorting van den slingertijd waar; wordt hieruit de afplatting der aarde berekend, dan vindt men een afplatting, die aanmerkelijk grooter is, dan die welke uit de graadmeting wordt gevonden.

Dit verschil is slechts te verklaren, door aan te nemen, dat de aarde om haar as draait. Draait toch de aarde om haar as, dan zijn er behalve de afplatting der aarde nog twee oorzaken, waarom de slinger op hoogere breedte sneller gaat slingeren, want in de eerste plaats neemt de middelpuntvliedende kracht aan de oppervlakte der aarde af, naarmate men op hoogere breedte komt; in de tweede plaats zal de middelpuntvliedende kracht die aan den equator de aantrekkingskracht der aarde rechtstreeks tegenwerkt, dit minder rechtstreeks dus minder krachtig doen, naarmate men op hooger breedte komt.

Wordt bij de berekening der afplatting uit de slingertijden rekening gehouden met de vermindering der middelpuntvliedende kracht op hoogere breedte, dan vindt men overeenkomst met de afplatting uit de graadmetingen verkregen.

Sluiten