Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichaam altijd tot Westelijke herleid worden door hem van 24 uren af te trekken en omgekeerd.

Als het punt T in den meridiaan van een plaats is bjj bovendoorgang, is het nul uur sterrentijd op die plaats. Ten gevolge der schijnbare dagelijksche beweging der hemelsfeer doorloopt hef punt Y in één sterrendag den geheelen equator. Als het punt T dus in het Westpunt van den waren horizon' staat, is het 6 uur sterrentijd, in het Oostpunt 18 uur sterrentijd. De sterrentijd wordt doorgeteld van nul tot 24 uren.

Sterrentijd is de Westelijke uurhoek van het punt y.

Rechte opklimming meridiaan is de boog van den equator van het punt y tot aan den meridiaan, gerekend tegen de richting der schijnbare dagelijksche beweging van de sfeer.

In Fig. 37, waar ETPQ een deel van den hemelmeridiaan voorstelt, en het pijltje de richting van de schijnbare dagelijksche beweging der hemellichamen, is dus de boog yEde rechte opklimming meridiaan. De /_ TP Y = bg. E f ■^IG- 37. js ,je Westelijke uurhoek van

p 't punt Y dus de sterrentijd.

Hieruit volgt: sterrentijd = R.O. meridiaan. De uurhoek van 't punt Y kan men natuurlijk niet rechtstreeks meten, omdat het een onzichtbaar punt is; maar stel, k dat er een ster S in den meridiaan is, waarvan de R.O., yE bekend is, dan is, zooals uit Fis:. 37 blijkt, de sterren¬

tijd op het oogenblik van doorgang van een hemellichaam gelijk aan de R.O. van dat hemellichaam.

Men kan dus ook zeggen: de R.O. van een hemellichaam is het aantal sterrenuren, minuten en secunden dat het hemellichaam na het punt Y culmineert.

De sterrentijd wordt aan boord gevonden uit den uurhoek en de R.O. van een hemellichaam. Men heeft n.1. in Fig. 38:

/_ EPS= hg. EA = ^ Westelijke uurhoek (We.P.) bg.Y^ = *R.O.

—op

bg. EA 4- bg. yA = -fc W.P. + ^R.O. dus bg.BY = sterrentijd = -^We.P. +^R.O.

Voor een ander hemellichaam S' vindt men evenzoo: sterrentijd = +' We. P. 4-^-'R.O. waaruit volgt ^ W'.P. 4- ^ R.O. = Jfr' W°.P. 4- p' R.O. Deze formule komt in de zeevaartkunde dikwijls te pas. Er moet bij bedacht worden, dat steeds de Westelijke uurhoek bedoeld wordt; heeft men dus een Oostelijken uurhoek berekend, dan moet deze eerst tot Westelijke herleid worden, voordat men van de formule gebruik kan maken.

Sluiten