Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

687 dagen omloopstijd, in één maand ongeveervan haar baan,

AA', A'A" enz. zijn 12" deelen van den cirkelomtrek, MM', MM" enz. 23e deelen van den omtrek.

Stel dat op 1 Juni Mars zich vertoont in de richting van een vaste ster S, dan ziet men na dien datum de planeet zich Oostwaarts ten opzichte der ster verplaatsen en tot 1 Aug. ziet men het verschil in richting tusschen ster en planeet steeds grooter worden. Tusschen 1 Aug. en 1 Sept. is er stilstand en teruggang, want het verschil in richting wordt kleiner. Tusschen 1 Oct. en 1 Nov. is er weer stilstand, waarna de planeet haar eerste beweging van West naar Oost weer hervat.

Schijngestalten der planeten.

Een der gronden, waarop het stelsel van Coppernicus bestreden werd, was, dat, indien de planeten donkere bollen waren, die zich om de zon bewegen, alleen de naar de zon gekeerde helften der planeten verlicht konden zijn, en1 men dus bij de planeten, even als bij de maan, verschillende schijngestalten moest waarnemen. Coppernicus wist niet te verklaren, waarom geen schijngestalten werden waargenomen, doch toen de kijkers waren uitgevonden, nam men daarmede juist de schijngestalten waar en wat eerst een bewijs tegen het stelsel scheen, werd toen juist een bewijs er voor. De binnenplaneten Mercurius en Venus vertoonen dezelfde schijngestalten als de Maan. Met een goede kijker zijn bij Mars nog zeer goed schijngestalten waarneembaar, doch bij de overige buitenplaneten is alleen door nauwkeurige meting te constateeren dat in sommige punten van hunne banen de zichtbare schijven niet volkomen vol zijn.

De Kometen. In ons zonnestelsel komen ook voor de kometen of zoogenaamde staartsterren. Zij bestaan uit een nevelachtige vlek, hoofd genaamd, waarin gewoonlijk een helder punt, de kern genaamd , voorkomt. Het nevelachtig omhulsel eindigt .gewoonlijk in één of meer staarten. De kometen bewegen zich in vlakke banen, die echter belangrijk verschillen van die der planeten. Terwijl n.1. alle planeten banen doorloopen, die weinig excentriciteit hebben en weinig op de ecliptica hellen, hebben de kometen banen van zeer groote excentriciteit, die soms zeer groote hoeken maken met de aardbaan of ecliptica.

Bovendien bewegen zich alle planeten van 't Westen naar 't Oosten, terwijl de kometen zich ook wel in tegengestelde richting bewegen. Sommige kometen beschrijven parabolische of hyperbolische banen, en behooren dus maar tijdelijk tot ons zonnestelsel. Bij alle banen ligt de zon in het brandpunt.

Vallende sterren en Meteoren.

Het zoogenaamde verschieten van sterren is reeds van ouds opgemerkt; evenzoo dat op sommige tijden een zeer groot aantal van die vallende sterren zichtbaar wordt in één nacht. Eerst in latere

Sluiten