Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar voor een klein deel nagenoeg evenwijdig loopt met den omtrek van den equator.

De zon heeft haar maximum-declinatie van 23°27' Noord bereikt. De R.O. = 6°. Het Noordelijk amplitudo heeft zijn grootste waarde.

Plaatsen op den Kreeftskeerkring gelegen krijgen de zon in top.

Voor plaatsen benoorden den Kreeftskeerkring, krijgt de zon haar grootste meridiaanshoogte en is de dagboog dus ook zoo groot mogelijk.

Alle plaatsen op den Noordpoolcirkel ae en daar benoorden hebben de zon circumpolair boven den horizon, omdat voor al die plaatsen de poolsafstand van de zon kleiner is dan de breedte. Zooals ook uit ae Pig. big kt worden die plaatsen gedurende de geheele aswenteling der aarde door de zon verlicht.

Van 21 Juni tot 21 September ongeveer neemt de Noorderdeclinatie weer af, de R.O. neemt toe. Het Noordelijk amplitudo wordt kleiner.

Plaatsen tusschen Kreeftskeerkring en equator gelegen krijgen achtereenvolgens de zon in top. Voor deze plaatsen wordt de meridiaanshoogte der zon grooter, totdat zij 90° bedraagt; daarna wordt zij weer kleiner.

Voor plaatsen op den Kreeftskeerkring en daar benoorden wordt de meridiaanshoogte der zon steeds kleiner.

Voor plaatsen tusschen den Noordpoolcirkel en den Noordpool gaat de zon achtereenvolgens weer onder den horizon.

Voor plaatsen op Noorderbreedte, die de zon niet circumpolair boven den horizon hebben, is de dagboog grooter dan de nachtboog en komt de zon dus vóór 6U op en gaat na 6° onder.

Op 21 September ongeveer is de aarde in stand C. De zon staat in het punt £k (Libra). De declinatie is weer nul, de R.O. = 12n. De verschijnselen zijn dezelfde, als toen de aarde in stand A, de zon in het punt y stond.

De punten y en i ook lentemede en herfstsnede genoemd, zijn eveneens bekend onder den naam van equinoctiën of nachteveningspunten, omdat, als de zon in één dier beide punten staat, dag en nacht over de geheele aarde even lang zijn.

Van 21 Sept. tot 21 Dec. ongeveer neemt de Zuider-declinatie toe. De R.O. wordt steeds grooter. Het amplitudo wordt Zuidelijk.

Plaatsen tusschen Noordpool en Noordpoolcirkel krijgen de zon achtereenvolgens circumpolair onder den horizon.

Voor alle plaatsen op Noorderbreedte wordt de meridiaanshoogte der zon kleiner.

Voor plaatsen op Noorderbreedte die de zon niet circumpolair onder den horizon hebben, is de dagboog kleiner dan de nachtboog en komt de zon dus na 6U op en gaat vóór 6m onder.

Op 21 December ongeveer is de aarde in stand D, de zon in het Zuidelijk zonnestilstandspunt. De zon heeft haar maximum-declinatie

Sluiten