Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middelpunt der maan. De vlek heeft dus schijnbaar de kleine verplaatsing bc ondergaan.

v „ Verschil in maans-meridiaans-

• hoogte bij volle maan des zomers

en in den winter.

Een verschijnsel dat opmerking verdient is, dat, terwijl de volle maan 's zomers een kleine meridiaanBhoogte heeft, zij 's winters daarentegen een zeer groote meridiaanshoogte bereikt.

Fig. 69 geeft hiervan een verklaring.

Op 21 Juni heeft de zon haar grootste Noordelijke declinatie; zij bevindt zich dan op dën middag in c. Bij volle maan, als dus de maan in oppositie is, zal de maan tusschen m en m' moeten

staan, als ec de ecliptica voorstelt, en me = m'e = 5°9'. Te middernacht is dan de zon in c', maar dan staat de maan ergens tusschen m" en m"\ en het kan dus zijn, dat zij geen grooter meridiaanshoogte krijgt dan Zm"% d. i. dus voor een waarnemer op 52° N.b. ongeveer 9,/2°, daar Zm"'=QZ—Qe' — e'm'"— 38°— 23°27'— 5°9' = 9°24'. De gestippelde boog m'm'" stelt in dit geval de helft voor van den boog der schijnbare dagelijksche beweging van de maan.

Op 21 Dec. daarentegen heeft de zon haar grootste Zuidelijke declinatie en staat dus op den middag in c, de volle maan weer

Fig. 69.

21 Juni. 21 December.

Sluiten