Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar de afstand van de maan .tot de aarde ongeveer 60r bedraagt, b\ijkt hieruit, dat de afstand van de aarde tot den top van den schaduwkegel ruim voldoende is, om een maansverduistering mogelijk te maken. Op den afstand van de maan heeft de doorsnede van den schaduwkegel een middellijn die bijna driemaal grooter is dan de middellijn der maan. Daarom kan de maan zich geheel in de schaduw der aarde dompelen, en zelfs gedurende anderhalf uur in den schaduwkegel blijven. Zoodra de maan bij M in de bijschaduw treedt, begint de maansverduistering. De rand der schaduw die steeds verder over de maan schuift, naarmate de maan verder in den schaduwkegel treedt is altijd een cirkelboog; door het geleidelijk verminderen der verlichting door de zonnestralen is die cirkelboog niet scherp begrensd. Al is de maan geheel in den schaduwkegel der aarde, dan blijft de maan nog zwak roodachtig verlicht. Dit licht ontstaat, doordat de zonnestralen door den dampkring der aarde gebroken worden en, hoewel zeer verzwakt, nog gedeeltelijk op de maan vallen.

Wanneer de maansbaan samenviel met de ecliptica zou, telkens als de maan in oppositie is, dus bij iedere volle maan, de aarde juist op de rechte lijn tusschen zon en maan gelegen zijn, en zou de maan in plaats van als volle maan verlicht, verduisterd zijn. Bij elke nieuwe maan zou de maan, die dan in conjunctie is, geheel of gedeeltelijk beletten, dat wij de zon zagen. .

Het is echter bekend, dat de maansbaan een hoek maakt van 5°9' met de ecliptica. In den regel zullen dus de zon, de maan en de aarde bij volle en nieuwe maan niet op een rechte lijn gelegen zijn. Dit kan alleen dan wel het geval zijn, als zon en maan beide in de knooplijn der maansbaan staan. Is dus op het oogenblik van volle maan de breedte van de maan nul, dan is er totale maansverduistering. Is op het oogenblik van nieuwe maan de maansbreedte nul, dan is er totale of ringvormige zonsverduistering , totale wanneer de schaduwkegel, dien de maan achter zich werpt, de aarde bereikt, ringvormige, wanneer de maan zooveel verder van de aarde staat, dat de • schaduwkegel der maan de aarde niet bereikt.

Al is nu de breedte der maan bij nieuwe maan niet juist nul, dan kan er toch een gedeeltelijke zonsverduistering plaats hebben Het is toch duidelijk, dat, wanneer de maan in den lichtkegel treedt tusschen zon en aarde, zie Fig. 71, er een plaats op aarde

Fig. 71.

Sluiten