Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

as B verbonden. De losse klemplaat F, in het midden van schroefdraad voorzien, heeft aan den omtrek een aantal pallen E, die vastgehouden kunnen worden door een vang G, als deze omgeslagen is. Wanneer een van deze pallen door den vang gegrepen is, wordt de klemplaat verhinderd te draaien. Draait men dan de as B, door middel van de krukken, dan wordt klemplaat F tegen den trommel geschroefd, die daardoor tusschen de beide platen geklemd wordt. In klemplaat D liggen de stukken pokhout vast,

Fig. 76.

doch bij klemplaat F kunnen zij door schroeven, werkende op spiraalveeren, verschoven worden, om de mate van wrijving te regelen. Het cilindrisch uitgeboorde rondsel C, vast verbonden aan een hefboom H, kan zich vrij om de as B bewegen. Bij het draaien van den trommel werkt het rondsel C op een stelsel van tandraderen en hierdoor op den wijzer O.

De dieptemeter van Thomson, in Fig. 77 voorgesteld, is op de volgende wijze ingericht.

Sluiten