Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 78.

Dampkring

open zijde naar beneden, onder water gedompeld, dan zal bet water in het buisje stijgen en wel zoo lang totdat de drukking van het water buiten de buis, vermeerderd met den dampkringsdruk, evenwicht maakt met de spanning der samengedrukte lucht in de buis, vermeerderd met den druk van het waterkolommetje in de buis. Volgens de" twee

hiervoor - genoemde wetten, zal het volumen, dus ook de hoogte van de samengeperste lucht in het buisje, omgekeerd evenredig zijn met de hoogte van de waterkolom die de lucht samenperst.

Is dus in Fig. 78, a de lengte van de buis, h de waterdiepte, b de hoogte van een waterkolom, die een drukking uitoefent van één atmosfeer en x de hoogte, waartoe het water in het buisje stijgt, dan zal a : (a—x) = (b+h—x): b,

waaruit x = ' 1-1/ ]y A ' ah t.

2 ( 4 )

De waarde van b is bij een barometerstand van 760 m.M. en. voor zeewater met een S.G. van 1,027 ongeveer 10,07 M.

Met behulp van de bekende waarden van a (lengte van het buisje) en b kan men nu voor verschillende waarden van A, bijv. opklimmende met 10 M.', de verschillende waarden van x, dus de hoogten, waartoe het water bij de overeenkomstige diepten in het buisje zal stijgen, berekenen.

Deze waarden van x zijn aangegeven op een houten schaal, die aan een der zijden voorzien is van een koperen plaat. Naast de waarden van x staan de overeenkomstige diepten aangegeven.

De schaal is berekend voor een barometerstand van 730 m.M. en een temp. van 15° C. Voor barometerstanden van 730 m.M. tot 750 m.M. behoeft men geen correctie aan te brengen. Voor hoogere barometerstanden moeten de volgende correctiën worden toegepast.

Barometerstand.

Bij 756 m.M. 1 vaam optellen bij ieder afgelezen 40 tal vamen. » 762 » 1 » » ■ » , 80 „ .

» 775 » 1 » ».'#"■ „ 20 „ „

» 787 » 1 » „ 15 „ „

De temperatuursverschillen behoeven niet in rekening te worden

gebracht.

Sluiten