Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kopersoldeer. Bij 't ineendraaien zorge men de slageflrgoed aaneen te doen sluiten. In plaats van soldeeren, kan men ook de uiteinden met zeilgaren aaneenwoelen.

Voor het looden zijn noodig een stuurman en twee man; de stuurman hanteert den haak voor het waarnemen van grond; één man bevindt zich aan B.B. tot het naar buiten brengen van het lood en één aan S.B. aan de kleminrichting of z g. stopper.

Bij klaar om te looden neemt de man aan den stopper het toestel uit de kist, schuift het in de sponning, zet het met de klampen vast, en brengt de krukken op de as van den stopper.

Het nieuwste toestel, Fig. 75, is steeds voor het gebruik gereed.

De man aan het lood bevestigt op de beschreven wijze het lood en den dieptemeter aan den staaldraad; bij het gebruik van een glazen buisje plaatst de stuurman dit in den messinger koker. De stopper wordt zooveel losgemaakt, dat de staaldraad loos krijgt en het lood . met dieptemeter buiten boord kan worden gebracht; de draad wordt daarbij over de rol geleid. De stopper wordt dan weer vastgezet, en de wijzer op nul gezet.

De stuurman is aan B.B. gereed met den haak, de man aan den stopper aan S.B.

Op het kommando stopper los wordt de kruk één slag in de richting van 't uitloopen van den draad dus naar achteren gedraaid, zoodat de trommel vrij komt, en het lood valt; de man aan den stopper roept de getallen af, die de wijzer passeert! Is het getal 150 voorbij, zonder dat er bevel is gegeven, om te stoppen, dan wordt de kruk langzaam naar voren gedraaid waardoor de draad langzamer uitloopt. Hij zorgt, dat de wijzer niet tot 200 komt, daar de draad dan zou afloopen en breken, vóór dien tijd stopt hij dus bij tijds geheel.

• Voelt de stuurman aan den haak den draad plotseling losser worden, dan roept hij stop; de kruk wordt dan onmiddellijk naar voren gedraaid, zoodat de trommel stil staat.

In het Zeemans-handboek van l'Honóré Naber wordt hierbij de volgende opmerking gemaakt:

Het is noodig dat onmiddellijk stop geroepen worde zoodra het lood grond heeft. De draad heeft n.1. door den voortgeplanten schok neiging tot opspringen en zoo men dit niet tegenging, zouden de op de trommel liggende windingen als het ware terugveeren; door het plotseling ophouden der trekkracht, en door het daarop volgend stijf opwinden van de uitgeloopen draad, krijgt men ergens op de trommel eenige losse slagen, ingesloten tusschen de stijf daaromheen liggende, waardoor de draad gemakkelijk kan kinken en dus breken.

De vork of de vang wordt nu opgeslagen en het lood met beide krukken ingedraaid; de draad wordt afgedroogd en ingesmeerd. Is de draad tot op 5 vaam ingewonden, hetgeen men aan den wijzer van het telwerk zien kan, dan laat de man aan het lood de kruk los en leidt het koppelstuk van lijn en draad voorzichtig over de rol, terwijl de man aan den stopper de lijn gestrekt houdt. Het lood en de dieptemeter worden binnen boord gehaald en de diepte afgelezen.

Sluiten