Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nulpunt van den rand te slaan. Staat de index dan echter eeü zeker bedrag, links of rechts van 't nulpunt van den rand, dan noemt men dit bedrag de collimatie-fout.

Is het voorwerp, waarvan de rechtstreeksche en teruggekaatste beelden elkaar bedekken, dicht bij, dan vermengt zich de colljmatiefout met de spiegel-parallax, en leest men op de randverdeeling de algebraïsche som van het bedrag van beide fouten af.

De algebraïsche som van collimatie-fout en spiegel-parallax wordt index-fout genoemd.

De index-correctie is gelijk aan de index-fout met omgekeerd teeken.

De index-fout is voor verschillende afstanden van A verschillend en moet dus, bij het meten van hoeken tusschen aardsche voorwerpen, telkens op nieuw worden bepaald en wel voor 't rechtstreeks geziene, dus 't linksche voorwerp. Meet men'den hoek tusschen twee hemellichamen of de hoogte van een hemellichaam boven de kim, dan is de spiegel-parallax nul, dus dan is de indexfout = collimatie-fout. De index-fout wordt dan op de kini of op een hemellichaam bepaald, en bij een goed instrument zal de index-fout weinig of niet veranderen. Staat bij het bepalen van die index-fout het nulpunt van den wijzer rechts van de nul van den rand, dan is de index-correctie positief, in het omgekeerde geval is zij negatief. Met het oog op het eerste geval is de randverdeeling rechts van het nulpunt voortgezet.

De reflexie-instrumenten worden onderscheiden in twee soorten. Tot de eerste soort behooren de prisma-cirkel en de prisma-sextant; tot de tweede soort behooren de spiegel-sextant en de spiegel-octant.

De Spiegel-sextant.

Aan dit instrument onderscheidt men:

a. Het geraamte, dat tegenwoordig altijd van metaal wordt gemaakt. Het is een cirkel-sector, waarvan de boog ruim 60° bevat. Met den sextant kunnen dus hoeken van ruim 120° gemeten worden.

b. De verdeelde rand, bestaande uit een smallen zilveren, gouden of platina boog, in het metaal van het geraamte ingelaten. Het middelpunt van den boog moet in de draaiingsas van den grooten spiegel gelegen zijn. Deze boog is verdeeld in graden en elke graad is onderverdeeld in 6 deelen, zoodat een randdeel 10' bevat.

c. De groote spiegel met wijzer of alhidade.

In het geraamte is een gat en daaronder een metalen huls, de z.g. kanon, zoodanig aangebracht, dat de hartlijn door het middelpunt gaat van den-verdeelden , rand en loodrecht staat op het vlak van het instrument.

De as van den wijzer moet nauwkeurig in de opening van den kanon passen. As en kanon moeten daartoe zuiver afgedraaid, goed schoon en behoorlijk geolied zijn. Het ondereinde van de as is dunner en vierkant; om dit vierkante gedeelte wordt een.nauwkeurig passend metalen ringetje geschoven, dat dus met de as moet mededraaien. Dit ringetje steunt van boven tegen het ondervlak van den kanon en wordt van onderen opgesloten door een schroefje

Sluiten